“Je hebt het nooit als vraag gesteld: ‘Is de Sint echt?’ Anders had ik niet anders gekund om eerlijk te zijn. Je vraag was altijd verpakt in een stelling: ‘De Sint moet wel echt zijn, want..’ ”
Lees verder. Lees meer…
Doornroosje
‘Gek genoeg heb ik de link nooit eerder gelegd. De context is natuurlijk anders, maar in zekere zin zijn we allemaal wel eens Doornroosje. Misschien geen honderd jaar, maar gevoelsmatig wel.’
De tuin
‘Soms duik ik er met mijn handen in, knijp het water uit de klei-achtige zwarte materie en denk na over welke planten ik meer voeding moet geven. Welke wil ik laten groeien, welke niet en wie is ongewenst?’
Leugens
‘Een god is simpel, want ongrijpbaar, complexloos. Zo ook mijn vader. Hij was boeken. Hij is mijn liefde voor boeken.’
Lees verder. Lees meer…
Dat lichaam
“Ik heb een lichaam dat verwaarloosd is, maar ogen waarin het vuur nog laait. Het is mijn tong die ze kennen en ik wil wederom zeggen ‘Dit is niet wie ik ben!’ maar ze zijn me voor, en ze prijzen me dat ik zo authentiek gebleven ben, zo helemaal mezelf.”
Lees verder. Lees meer…
Herfst
“Ik hou ervan dat je altijd zo positief bent,’ zeg ik. Meteen heb ik spijt van die woorden. Altijd; zijn; positief. Het is een vreselijke zin; een zin die weinig ruimte laat. Ik zie het al voor me hoe jouw sponzige brein de zin opslaat als een verplichting; iets wat je moet zijn en hoe je in de toekomst je negatieve gedachten verborgen zal houden.”
Mama!
“Dè aanspreking, zoals we die het beste kennen, is natuurlijk die van het kind naar de ouder. Vrijwel elke zin van een kind is een vraag om aandacht. Het is soms een roep om hulp, maar meestal een poging om gezien te worden. In onze samenleving van individuen is hulp vragen al lang verleden tijd. We kunnen alles en we doen alles. Als we het niet doen, dan is het niet nodig dat het gedaan wordt.”
Gelukzak
“We zitten op de grond, omdat alle hogere vlaktes ingenomen worden door verwaterde spullen. Ik sta voor, maar jij rolt een aantal keer een hoog aantal ogen en speelt vals wanneer je denkt dat ik het niet zie.
‘Wat ben ik een ongelooflijke gelukzak!’ roep je wanneer je pion de mijne voorbij steekt. Je schiet omhoog, gooit je armen in de lucht en weet geen blijf met je blijheid.”
Lees verder. Lees meer…
Hier
“Ik stel ons nu luidop de vraag: Is dit echt prachtig? Jij zegt van wel. Ik denk het ook. Maar waarom dan? Stel, ik neem er een foto van. Of ik schilder het, heeft het dan dezelfde kracht? Nee. Dat is meteen duidelijk. Het is een soort pislucht die ik al duizenden keren gezien heb.”
Lees verder. Lees meer…
Dood
“We zijn aanbeland bij sprookjes van de gebroeders Grimm, dus duiken er geregeld meer doden op dan ik zou willen, maar met drie dode en nog twee levende grootouders, is de dood niet iets wat ik uit de weg ga.”