Déjà vu

Dag jongen,

Altijd al was ik een fan van déjà vus. Als kind had ik er ontzettend veel. Ze waren een voorspelling van de toekomst. Eerst kwamen ze abrupt, onaangekondigd zoals het fenomeen beschreven wordt: een niet herinnerde herinnering. Alleen op het moment zelf kon ik zeggen dat ik iets al eens gezien had.

Later deelde het zich op. Het begon met de droom, bizar en onverklaarbaar, maar tegelijk triviaal en nietszeggend, daarna volgde een déjà vu.

Mijn geloof in dromen was naïef en ietwat kinderlijk, maar steeds wanneer het taande, bevestigde mijn gevoel zich. Zo droom je het ene moment over prinsen en prinsessen in de klas, en geef je op het andere moment les aan het SJ-Berchmanscollege. Zo gaan de dingen, soms.

Dromen waren als wensen. Ik sprak ze niet uit. Het verbrak de magie. Een droom moest in mijn lijf gaan dwalen, tot ze grond vonden om te bloeien.

Het omgekeerde was ook waar. Aan de ontbijttafel besprak ik nachtmerries nog voor ze goed en wel afgewikkeld waren. In de taal kregen ze vorm, ze bestonden, maar buiten een lichaam stierven ze af.

Zo een gedachtegoed zou binnen het linguïstisch determinisme kunnen vallen. Ik ben geen kenner, maar het betekent ongeveer dat de taal je denken bepaalt. Het sneeuwverhaal is een bekend voorbeeld: de Inuït kennen meer woorden voor sneeuw, zij zien dus ook gemakkelijker verschillende soorten. In België geldt: is het wit, koud, zacht en valt het uit de lucht, dan is het sneeuw.

Het wordt ondertussen beschouwd als onwetenschappelijk. De zwakkere variant, linguïstische invloed, heeft wel bewijzen kunnen verzamelen.

Déjà vu. Letterlijk betekent het ‘al gezien‘. Het is niets nieuws. In wezen is veel in het leven niets nieuws of al gezien. Iemand zei dat we beter foto’s maken van het alledaagse dan van dat ene moment in Guadeloupe. De herinnering houdt van de herhaling.

Onlangs was ik ziek. Net als vroeger bekeek ik Seinfeld, Curb your Enthusiasm en Comedians in Cars. Elke aflevering heb ik al eindeloos veel bekeken, ze waren een handleiding voor het leven. Maar nog vroeger leefde ik naar Einsteins adagium* en beluisterde ik sprookjes voor het slapengaan. Ik had ze op cassette.

Als woorden een invloed hebben, dan kies ik liever zelf aan welke ik me blootstel.

Mensen die me kennen als jonge vader en boekenwurm, vragen me wel eens of het niet verveelt om steeds hetzelfde boekje met diezelfde vier vervelende zinnen voor te lezen en dan zeg ik overtuigd: nee. Ik doe namelijk het belangrijkste wat er is. Ik bouw een wereld. Misschien is het de enige invloed die ik heb.

* Einsteins adagium

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s