Onbezorgd

Lieve jongen,

Er woei al enkele maanden een brief rond in ons gebouw. Het was oktober toen hij voor het eerst opdook: smetteloos wit, een rode koning als postzegel. Het adres was geschreven met vulpen en gericht aan Sarah. De voorzichtigheid van de krullen, het precieze van de cirkels, het ontbreken van een achternaam, alles verraadde een kinderhand.

Ik stak hem week na week in elk van de achttien brievenbussen die ons gebouw telt. Telkens opnieuw belandde hij bovenop de stapel weggegooide reclamefolders en onbezorgbare brieven.

We krijgen vaak brieven die niet bezorgd kunnen worden. Mensen verhuizen, worden opgepakt. Ze verdwijnen, maar hun aanwezigheid blijft, omdat de post van niets weet.

Een brief is traag.

Ik herinner me hoe de elektriciteitsfacturen jarenlang op de naam van mijn vader bezorgd werden. Hij was toen al lang dood, maar voor het bedrijf dat ons van licht voorzag, was het alsof hij nog steeds leefde en de rekeningen betaalde. Een tijdje nadat Opa thuis was komen wonen, prijkte de juiste betaler op de omslag. Opa was het vast beu om die dode naam in huis te zien. Misschien vond Nona het toch te beschamend worden: een oude liefde die maar blijft opduiken. Heel precies weet ik het niet.

Ik had het als mijn taak beschouwd om ervoor te zorgen dat Sarah haar brief zou krijgen. Aan de voorkant had ik in het groen geschreven dat ik mijn best had gedaan, maar dat ik Sarah niet kon vinden, al verwoordde ik het anders. Op de achterkant stond een retouradres. Geen naam, alleen een straat, een nummer en 1000 Brussel. Het was niet ver van ons. Vijf minuutjes stappen.

Ik bezocht het adres. Er woonde niemand. Heel even leefde het gevoel in me dat Sarah of de briefschrijver zou opduiken, maar tegelijkertijd wist ik dat dat dom was. Ik talmde.

Het was ondertussen april en ik liep nog steeds rond met een brief in mijn jaszak. Een brief die niet voor mij was, alleen het groen op de voorkant verraadde mijn korte aanwezigheid.

Ik vroeg aan mensen wat zij zouden doen.

‘Openen!’ zeiden mensen. ‘Lees hem hier en nu voor.’ Ik kon het niet. In gedachten zag ik het kind dat verwachtingsvol wachtte op een antwoord terug. Hem openen, lezen, het vertrouwen schenden, dat leek me te veel ondeugd om het kind aan te doen.

Toen Elektrabel haar administratie op orde had gebracht, voelde dat aan als een verlies. Alsof mijn vader al die jaren nog had bestaan. Alsof de herinnering aan hem in het leven werd gehouden door letters die elke maand opnieuw op een omslag werden gedrukt. Hij was tastbaar geweest en plots was hij verdwenen. Hij was nergens anders dan in mijn hoofd en het was aan mij om hem te herdenken. Kon ik dat?

Het is ondertussen juli. De enveloppe is verfomfaaid, gekreukt. De randen zijn zacht en rafelig geworden. Het kind is gegroeid, een schooljaar wijzer. Sarah heeft ongetwijfeld al lang vernomen wat er in die brief had gestaan en dat hij niet was aangekomen, vervloekte postbode. Het is allemaal voorbij, maar de woorden, de exacte woorden die toen werden opgeschreven, de gevoelens, die zitten gevangen, hier, op mijn bureau.

Ik heb zin om hem te openen.

Wat zou jij doen?

Laat me iets weten.

Liefs,

Je papa.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s